De Tokkel

De meeste leden die "De Tokkel" doorgegeven krijgen moeten diep graven om hun commandotijd de revue te laten passeren. De reden hiervoor is dat men al tientallen jaren is afgezwaaid. Het verwonderd mij iedere keer weer hoe gedetailleerd sommige verhalen zijn en hoe men de namen van de kaderleden nog weet. Ik ben nu dik 8 jaar weg bij ons mooie Korps maar moet echt mijn hersenen pijnigen om namen naar boven te halen. Ik verschuil mij dan ook graag achter het excuus dat deze namen ‘opsec’ (geheim vanuit veiligheids oogpunt) zijn en derhalve niet gepubliceerd mogen worden.

Mijn diensttijd begon in 1992 en wel als dienstplichtig marinier, bij de keuring opgegeven 1e keus (2e commando, 3e Marechaussee). Ik had er wel zin in na een aantal jaren op school en wilde de wereld zien en marinier, parachutist en commando worden. Na 4 jaar en 2 uitzendingen in VN-verband naar respectievelijk Cambodja en Haïti, was ik er bijna in geslaagd om mijn dromen waar te maken. Er bleef echter nog een wens over…commando worden! De aantrekkingskracht van de groene baret en het nieuwe taakgebied van de 108 Cotrcie (Specops.) was zo groot dat ik besloot dat als ik niet als marinier naar de ECO (elementaire commando-opleiding, red.) mocht, ik zelf mijn plan zou trekken. Zo gezegd, zo gedaan. In het voorjaar van 1996 meldde ik mij in Roosendaal voor de 2-daagse intest. Samen met een aantal jongens van de Luchtmobiele Brigade en nog wat overige infanteristen begonnen we aan de intest. Ik was enorm in vorm en haalde deze test met het grootste gemak. Na de zomer zou ik aan de ECO beginnen. Tijdens een van de laatste oefeningen bij de mariniers sloeg het noodlot echter toe en liep ik tijdens een klimweek in de Ardennen een fikse rugblessure op. Deze blessure zou mij flink parten gaan spelen en ik moest dan ook aan het eind van de VO (vooropleiding, red.) afhaken. Ik kon de ECO niet in en werd geplaatst als ‘blanco’ bij de S3. Wat een blamage, als ooit fit getrainde marinier met commando-ambities zag ik mezelf kopiëren en ander administratief werk doen met een bruine baret op. Gelukkig had het Korps toen al een kei van een fysiotherapeut die zelf ook zijn baret had behaald. Hij wist precies welke belasting mij te wachten stond en hoe ik daar naar toe kon trainen. In die periode heb ik met mijn maatje, die ook uitgevallen was, de Korpsbibliotheek op orde gebracht en daarvoor zijn we zelfs beloond met een tevredenheidbetuiging van de commandant SSVcie. In 1997 ben ik uiteindelijk weer begonnen aan de ECO en heb deze met succes afgerond. Als eerste lichting liepen wij de kazerne van Bergen op Zoom binnen toegezongen door sgt Barry Sadler ( ‘Ballad of the Green Barret’…red.) en onder applaus van de voltallige kazerne en andere geïnteresseerden.

De groene baret behalen was niet eenvoudig, maar laten zien dat je uit het juiste "commando specopshout" gesneden was, ook niet. De VCO liet ons kennis maken met verbindingen, herkenning, ontsnappen, ontwijken en overleven, terreinrijden, heli ops., combat life saver, vrijeval opleiding etc. met als afsluiter een eigen specialisatie. Ik heb gekozen voor de specialisatie "medic", een pittige opleiding van dik 10 weken op het OCMGD te Hollandse Rading. Na deze opleiding was ik in staat om in een dobberende rubberboot, in een pikdonkere Biesbosch een infuus te plaatsen in de arm van een fictieve gewonde piloot. Vervolgens zouden wij verdeeld worden over de compagnieën. Aanvankelijk was ik voor de 108 Cotrcie bestemd maar er waren reeds 2 compagnieën bijgekomen en wij gingen uiteindelijk met de hele VCO naar de 104 Cotrcie die net terug waren uit Bosnië.

Bij de 104e Cotrcie was de sfeer bijzonder goed, de club was erg hecht en dat bleek ook uit het feit dat er buiten de reguliere oefeningen om ook nog eens fanatiek werd gemarst in binnen- en buitenland. Als ik er aan terug denk doen mijn voeten nog zeer! We liepen in Diekirch, Bern en natuurlijk Nijmegen. De oefeningen bij de compagnie waren altijd realistisch en serieus. We deden Direct Actions (sabotage, hinderlagen, sniperacties) en Spec Recce (speciale verkenningen) waar de CTR (Close Target Recce) altijd het spannends was omdat je met je neus op de vijand of het doel zat zonder dat men er erg in had. Tijdens een oefening in Duitsland zat ik in de ploeg die een CTR moest uitvoeren om een "oorlogsmisdadiger" op te pakken. Toen de herkenning positief bleek, maakte de CT (Contra Terreur) ploeg zich op voor de ‘instap’ in de woning van de oorlogsmisdadiger. Op het moment van de waarheid zat ik op post en hield het pand onder observatie. Door de nachtkijker kon ik onze CT-ploegen in het duister zien naderen. Toen men in alle stilte op 100 meter van de woning was genaderd kwam er plots vanuit tegenovergestelde richting een hele stoet mannen in zwarte pakken aan die kennelijk een soortgelijke missie hadden. Al gauw bleek dat dit de mariniers van de BBE waren die op hetzelfde tijdstip en verderop gelegen flatgebouw binnen zouden vallen met hetzelfde doel! Wat een maf gezicht en er werd nog net niet over en weer ‘mogge’ geroepen. Even later barste het geweld los toen de deuren van de woning werden geforceerd en de vertrekken van de woning werden gevuld met knallende flashbangs (knalgranaten). Verderop in de flat hetzelfde verhaal, het knallen van flasbangs en het aanroepen van de verdachte. Na deze toch ook wel ludieke ervaring begon voor ons de exfiltratie. Slaapgebrek en kou hadden er flink ingehakt maar we slaagden erin om veilig terug te keren op de basis.

Later volgde voor ons ook een CT-opleiding en een aantal mooie oefeningen waaronder als SF-eenheid F16 piloten naar een doel op de grond begeleiden (FAC= Forward Air Controller). Ook werd er opgewerkt voor de taak als JCO’er (Joint Commision Observer) in Bosnië. Vanwege een overcomplete ploeg bleef ik in Nederland waar ik bij de instructiegroep de cursus overleven op het gevechtsveld mocht geven aan artilleristen die op uitzending naar Cyprus moesten. Ook werd er weer parachute gesprongen en na een aantal nachtsprongen mocht ik mijn C-brevet (militaire vrijeval) in ontvangst nemen. Tevens stonden we in 1999 nog standby om ingezet te worden in een ver land. Het was er onrustig en een burgeroorlog dreigde. Onze taak was om Nederlands Ambassadepersoneel te evacueren. Het liep echter met een sisser af. Eind 1999 zou ik mijn krijgsmachtcarrière ruilen voor een toekomst bij de politie waar ik nog steeds met plezier werk.

Alex de Ru, commando spec.ops 1996-1999

Bron: Commando Stichting

Commentaren: 0