De zinloze dood van Marinier Peter Mannie

Weekblad Panorama week 34- augustus 1982
Reportage Joop Reichart

Afbeelding

MILITAIRE EER

Op de dag dat de laatste gesneuvelde militair in Sorong met militaire eer werd begraven, deed Nederland definitief afstand van Nieuw-Guinea.

Voor de 20-jarige Tilburger Peter Mannie had het politieke geharrewar met Indonesië precies één dag te lang geduurd !!

Op 15 augustus 1982 was het precies twintig jaar geleden dat Nederland Nieuw-Guinea officieel overdroeg aan

Indonesië. Het jarenlang hardnekkig vasthouden aan deze verre kolonie kostte achttien Nederlandse jongens het

leven. Laatste slachtoffer was Peter Mannie (20). Eén dag voor de overdracht zakte hij in de bush van Misool na een

vuurgevecht met Indonesische infiltranten dodelijk gewond ineen. Wie was deze jonge Tilburger en in wat voor

krankzinnig conflict was hij verzeild geraakt? Panorama dook in oude fotoboeken en brieven en sprak met ouders,

vrienden en de pelotonscommandant die Peter zag sneuvelen.

Ik lag op wacht om te kijken of er ploppers waren. Op een gegeven moment zag ik iemand door de bossen lopen en ik

riep hem in het Maleis aan, dat hij dichterbij moest komen. En wat was dat tot mijn verbazing, het waren twee

ploppers die de handen opstaken en zeiden dat ik niet moest schieten, dus ik zei dat ze hun wapens neer moesten

leggen en dat deden ze. En ik riep ze bij me, de ene stond voor me en de ander op vijf meter afstand, maar intussen

was de politie gekomen om te kijken wat ik allemaal riep en die zagen de ploppers nu ook staan met hun automatische

wapens op hen gericht. En ze werden bang. De luitenant van de twee zei in het Hollands tegen me : Meneer ik zal u

alles vertellen. Toen hoorde ik achter me zeggen : Slap gelul, en de politie schoot ze alle twee dood. De ene viel

dood langs me af en de luitenant vijf meter voor me op de grond. Ze waren alle twee door hun hoofd geschoten. Dat

vergeet ik nooit van m´n leven meer, wat ik toen heb gezien...... ".

Het is door deze passage in de op een na laatste brief die Peter vanuit Nieuw-Guinea naar huis stuurde, dat in het

gezin Mannie de ongerustheid toesloeg. ,, We schrokken ons dood," zegt de nu 74-jarige vader Mannie. ,, Ik heb

dezelfde avond meteen teruggeschreven dat als jongens van zijn groep dat deden, de andere kant zoiets ook wel zou

doen. Dus ik drukte hem op zijn hart : Jongen, hou je gedeisd, speel niet voor held en probeer je te drukken".

Deze hartekreet van zijn bezorgde vader heeft Peter waarschijnlijk nooit onder ogen gekregen. In de allerlaatse

brief die de ouders en zes jongere broers en zusters een dag voor Peters dood ontvingen, repte hij er in iedergeval

met geen woord over. Wel beschreef hij de ,, onmenselijke strijd," het gebrek aan nachtrust en de afmattende

speurtocht door de bush bush. Wat hem betrof mocht het allemaal snel afgelopen zijn. En daar was goede hoop op,

want : ,, Op de radio zeggen ze dat Nieuw-Guinea half augustus aan de UNO zal worden overgedragen en Indonesië in

mei hier het gezag zal overnemen."

Maar de jonge Tilburger zou dat allemaal niet meer mogen beleven. Op 14 augustus, een dag voordat Nederland

westelijk Nieuw-Guinea officieel overdroeg aan Indonesië, werd marinier der tweede klas Peter Mannie 's morgens om

tien uur tijdens een vuurgevecht met Indonesische infiltranten op het eiland Misool, in zijn buik getroffen.

,, Het schot bleek onmiddellijk dodelijk te zijn, zodat uw zoon gelukkig niet heeft behoeven te lijden, "schrijft

kapitein der mariniers J. Toet aan de ouders, een dag nadat hij bij de begrafenis met militaire eer in Sorong

persoonlijk het woord had gericht tot het ontzielde lichaam: ,, Mannie, als dienstplichtige heb jij het hoogste

offer gebracht dat je kon brengen, namelijk dat van je jonge leven van twintig jaar, je jonge leven waarvan je nog

zoveel verwachtte."

Hoewel goed bedoeld, deden de woorden van kapitein Toet niets af aan het verdriet in het kleine rijtjes huis in de

Marconistraat. Toen niet en nu nog steeds niet. ,, Als Peter wel veel pijn heeft gehad, dan zouden ze ons dat heus

niet geschreven hebben en dat van dat offer, ach het was toch zinloos allemaal. Nederland heeft Nieuw-Guinea

uiteindelijk toch aan Indonesië gegeven. Nee, Peter is voor niets gestorven. En het ergste is, dat het een dag

nadat Peter was gesneuveld allemaal voorbij was. Die ene dag, daar zit ik nog vaak aan te denken. Dat spookt nog

vaak door mijn hoofd, waarom die ene dag, waarom?"


Sorong 16 augustus 1962
Afbeelding
Zes Nederlandse mariniers vormen de dodewacht, terwijl vier mariniers straks de kist met het stoffelijk overschot
van marinier 2 z/m Peter Mannie zullen laten zakken. Een Vlootaalmoezenier of Kapelaan leest de bijbehorende
Liturgie voor terwijl een soldaat van de Kon.Landmacht dienst doet als misdienaar.


Die ene dag. Treuriger kan het inderdaad niet. Op het moment dat Peter dodelijk gewond ineenzakt, is in Den Haag

eigenlijk al besloten dat aan de overdracht van Nieuw-Guinea niet te ontkomen is. In een oud krantenknipsel van 15

augustus 1962 staat dan ook heel toepasselijk het met pasfoto verluchte ANP-bericht van Peters sneuvelen, naast een

veel groter stuk, waarin wordt aangenomen dat het akkoord die avond om acht uur Nederlandse tijd in New York zal

worden ondertekend.

Uiteindelijk is het acht voor half twaalf als de Nederlandse VN-delegatie via een handtekening definitief afstand

doet van haar kolonie in de Pacific. Daarmee komt een eind aan een slepende politieke kwestie die in feite al

begint bij de soevereinteitsoverdracht van het voormalig Nederlands-Indië in 1949. De nieuw republiek Indonesië

maakte ook aanspraak op het vrijwel aan haar grenzende Nieuw-Guinea, maar Nederland kan haar kolonie nog buiten de

overdracht houden, door toe te zeggen dat binnen een jaar definitief over de toekomst daarvan zal worden beslist.

Als een jaar later geen overeenstemming wordt bereikt, omdat Nederland zijn aanspraken op Nieuw-Guinea blijft

handhaven, wordt de stemming over en weer steeds vijandiger. In augustus 1960 verbreekt Indonesië de diplomatieke

banden en eind 1961 worden de eerste infiltraties gemeld. Een sleutelrol in deze hele kwestie speelt onze minister

van buitenlandse zaken, Luns, die tot het bittere einde blijft volhouden dat in geval van een gewapend conflict ons

land de steun van de Verenigde Staten zal krijgen. Hij zegt in het bezit te zijn van een tijdens een diner

geschreven toezegging van zijn Amerikaanse collega Foster Dulles, maar weigert dat krabbeltje openbaar te maken.

Als president Eisenhower in 1961 is opgevolgd door de jonge Kennedy, wordt het steeds duidelijker dat, als er al

zo'n briefje bestaat, deze Amerikaanse regering zich daar in ieder geval niet aan gebonden acht. John F. schuift

steeds meer op in de richting van Soekarno en zijn broer Robert brengt dat de Nederlandse regering bij zijn bezoek

aan Den Haag begin 1962 overduidelijk aan haar verstand.

Het zijn dan ook deze Kennedy- broers die ons land '' dwingen'' om onder leiding van een Amerikaanse diplomaat

onderhandelingen te beginnen met Indonesië. Onderhandelingen die op 15 augustus tot het beroemde akkoord leiden.

Achttien Nederlandse militairen zijn dan inmiddels ver van huis verongelukt of gesneuveld.

Met trillende handen bladert de heer G.Mannie door het fotoalbum met foto's van de militaire begrafenis van zijn

oudste zoon. Op een daarvan laten vier dienstplichtigen de kist aan touwen in het graf zakken, terwijl honderden

omstanders strak voor zich uit staren. In het album ook de wat vergeelde brief, die de ouders vertelt wat er op die

dramatische veertiende augustus is gebeurd.



Afbeelding
Pelotonscommandant J.Woortman ( tweede van links ) werd tijdens de actie waarbij Peter het leven liet zelf gewond.


Afbeelding
Op het radiomeubel bij z,n ouders staat deze foto van Peter. Staande voor het vliegtuig waarmee hij zijn noodlot tegemoet zou gaan.

DE SCHOK VAN PETERS DOOD

,,Het verkennings- en inlichtingenpeloton, waartoe uw zoon behoorde, was op 13 augustus 1962 geland bij kampong

Weij op Zuid-Misool, een eiland van de Radja-Ampat-groep, ten westen van Sorong. Een dag tevoren was daar toen nog

een onbekend aantal Indonesische infiltranten geland. Nadat de compagniescommandant, de majoor der mariniers

A.J.Romijn, met een grotere eenheid op 14 augustus was aangekomen, kreeg het verkennings- en inlichtingenpeloton

opdracht om een verkenning uittevoeren en daarbij het door de vijand verlaten bivak te doorzoeken. Teneinde dit

doorzoeken veilig te stellen moest eerst de achter het bivak gelegen heuvel worden verkend. Bij deze verkenning

ging de pelotonscommandant, de eerste luitenant der mariniers Woortman, zelf mee. Tijdens het bij deze verkenning

ontstane vuurcontact met de infiltranten werd Uw zoon getroffen in de buik. De luitenant werd op hetzelfde moment

gewond aan de rechterarm. Het was toen tien uur in de morgen."

,,We hoorden het van de kapelaan," zegt vader Mannie, terwijl tranen grillige sporen trekken over beide wangen. ,,

Die kwam ineens 's middags aan de deur. Ik heb een verdrietige mededeling voor u, zei hij. Ik dacht meteen aan de

ouders van mijn vrouw, die waren toen al oud en allebei hartpatiënt. Nee zei de kapelaan, het is iemand anders.

Denk eens na, heeft u geen ander familielid aan wie u zou kunnen denken? Ik zei: wie dan. Hij zei: U heeft toch een

zoon in dienst. Ik zei: Peter? Nee,hè, niet Peter. Van verdriet viel mijn bovengebit uit m'n mond en dat kon ik

niet meer in krijgen, want dan had ik meteen moeten overgeven. Ik zei: Dat kan niet, ik lees al dagen in de krant

dat het bijna over is en dat de jongens naar huis komen. We waren juist zo opgelucht."

Met verbittering denken beide ouders nog terug aan het gebrek aan medeleven dat zij ondervonden van Peters

superieuren. Pas drie dagen na het bezoek van de kapelaan stond er voor het eerst een militair op de stoep. Tot die

tijd hadden ze het moeten doen met een brief van de minister van defensie met zijn persoonlijke deelneming.

Deze hele gang van zaken was voor Het Nieuwsblad van het Zuiden aanleiding voor een hoofdredactioneel commentaar

onder het kopje " DEELNEMING ", waarin: ,, De trage handelwijze van de verantwoordelijke commandanten ten zeerste

wordt betreurd". De schrijver besluit met: ,, Alleen al de aanwezigheid van een dergelijke representant zou voor de

achtergeblevenen een troost zijn. De burger ziet in een dergelijk bezoek een bewijs van medeleven. En van respect

voor het leven van andermans kinderen."

Van de uiteindelijk op bezoek gekomen officier ging echter noch troost, noch respect uit. ,, We hebben er niets aan

gehad," herinnert moeder Mannie zich, ,,hij kwam even condoleren, pakte een tas koffie en weg was hij weer. We

hebben er geen woord van betekenis mee gewisseld."

,,De enige troost die we hebben, zijn de goede herineringen aan Peter," zegt vader Mannie zachtjes. Hij kijkt even

naar de foto van zijn zoon op het radiomeubel. Een verlegen glimlachende jongen, staande voor het vliegtuig waarmee

hij zijn noodlot tegemoet zou gaan.

,, Het was echt een fijne jongen. Nooit opstandig, altijd gedienstig. Als je dan op de televisie van die krakers en

drugsgebruikers ziet, dan denk je wel eens : Waarom moest zo'n fijne jongen nou juist gaan. Machinebankwerker was

hij, maar 's avonds studeerde hij nog bij, want hij wilde vooruit in zijn vak. Hij had niet veel tijd voor andere

dingen, alleen af en toe naar de soos van de parochie hier, dat vond hij wel leuk. Hij was de oudste, dus hij moest

meeverdienen. Ik was ook maar een gewone textielarbeider en we konden het geld goed gebruiken. Maar daar heb ik hem

nooit over gehoord. Hij voelde zich verantwoordelijk voor zijn broers en zusters. Hij was echt de oudste. Op

feestdagen speelde hij altijd op zijn citerharp, dat kon hij goed, dat waren dan zulke fijne avonden."

Aan die huiselijke idylle kwam op 2 oktober 1961 een eind toen Peter moest afreizen naar Nieuw-Guinea.

Vader Mannie: ,, Ik stond te janken op die dag, want ik voelde dat ik hem nooit meer zou zien. Heel gek, zo'n

voorgevoel. Ik wilde hem ook niet naar het station brengen, dat heeft z'n vriend Ted gedaan. Hoe hij het zelf vond

om naar Nieuw-Guinea te gaan? Dat weet ik niet."

,, Peter was soms erg gesloten," zegt moeder Mannie, ,, dan kwam je er niet achter wat er in hem omging. Ik heb in

ieder geval geprobeerd om het die laatste weken zo prettig mogelijk voor hem te maken thuis, zodat hij de gedachten

aan wat komen ging van zich af kon zetten. We hebben veel gekaart toen, om hem maar bezig te houden. Ik weet nog

wel dat hij een keer, maanden daarvoor, zei: ,, ik hoop dat ze gaan loten wie er moet, misschien hoef ik dan niet."

,, Voor ons was Nieuw-Guinea natuurlijk niets waard," zegt vader Mannie ineens opstandig. ,, Voor mijn part hadden

ze het onder water gezet. Dat heb ik later ook aan een of andere overste geschreven. En ook dat als ooit weer een

zoon van mij naar zoiets zou worden uitgezonden, ik hem nog liever zelf dood zou schieten. De burgers en soldaten

zijn altijd de dupe, maar hoge pieten, die het organiseren, zitten achter hun bureaus. Laten die zélf gaan vechten."


Drie dagen na de militaire begrafenis in Nieuw-Guinea werd in de parochiekerk Broekhoven 1 een plechtige requiemmis

voor Peter opgedragen. Met een blijde lach trad hij het leven vol beloften tegemoet; maar nog in zijn jeugd vroeg

God zijn zwaarste offer, staat er op het bidprentje dat voor die treurige gelegenheid werd gedrukt.


Afbeelding
Peter, in krijgshaftige houding. Toch was hij verre van een vechtjas. Zijn commandant herinnert zich Peter als een
vriendelijke vent. Nooit het hoogste woord en altijd bescheiden.


DE NASLEEP VAN HET DRAMA

Kort na de mis wist moeder Mannie niet hoe ze het had, toen er een mevrouw voor de deur stond, die zich voorstelde

als de moeder van Peters vriendin. ,, We wisten helemaal niet dat Peter verkering had, ik was helemaal perplex. Ze

kwam condoleren en zei dat als Peter was teruggekomen, het zeker wat was geworden tussen die twee."

Vader Mannie: ,, Later, toen we de spullen van Peter terugkregen uit Nieuw-Guinea, hebben we nog wat brieven

gelezen die dat meisje aan Peter had geschreven. Verdrietig hoor, om op zo'n manier iets totaal onbekends van je zoon te weten te komen."

Marjan, inmiddels moeder van twee kinderen en op een schuiladres bijkomend van een onlangs mislukt huwelijk, laat

weten het te pijnlijk te vinden om nog eens over die tijd te praten. Haar moeder, die zich dat bezoek aan de

Marconiestraat nog wel herinnert, zegt vergoelijkend: ,, Ze heeft er veel weet van gehad, hoor. Het was erg

serieus. Ik moest steeds tegen haar zeggen: "Vergeet die jongen, hij is dood." Ze wilde ook nog een foto van hem

uitvergroten en ophangen, maar dat heb ik niet goed gevonden. Jammer dat het zo gelopen is. Als die jongen was

blijven leven, was ze gelukkiger geworden dan ze nu is."

Op 9 oktober 1962, enkele maanden na de requiemmmis, werd Peter in zijn woonplaats herbegraven. De ouders waren er

niet bij toen op Schiphol in hangar vijf voor Peter en zeventien andere militairen een korte plechtigheid werd

gehouden. Vader Mannie zat op dat moment in een retraitehuis van de paters tot rust te komen en zou pas vlak voor

de begrafenis naar huis komen.

Aan die herbegrafenissen was nogal wat politieke heisa voorafgegaan. Oorspronkelijk was het niet de bedoeling

geweest dat de kisten naar Nederland zouden worden overgevlogen. De ministerraad had namelijk al in een vroeg

stadium besloten dat, gezien de klimatologische omstandigheden in de tropen, de teraardebestelling op zeer korte

termijn moest plaatsvinden. Later opgraven van de stoffelijke resten zou op ,, ernstige hygiënische bezwaren

stuiten". De famlilies moesten het dus maar doen met de fotoalbums die ze hadden toegestuurd gekregen van de miltaire begrafenis.

Onder druk van Kamervragen en de publieke opinie - er was in Amsterdam al een comité opgericht dat geld wilde

inzamelen voor transport van de kisten naar ons land - draaide de regering bij. ,, Ik was daar blij mee," zegt

vader Mannie, ,, want ik had het nooit kunnen opbrengen om naar het graf in Nieuw-Guinea te gaan. Ik ga ook niet zo

vaak naar het graf hier. Het is er een beetje verwaarloosd, de letters op de steen zijn niet meer zo goed leesbaar,

dus ik moet het een beetje opknappen, met vaste plantjes en zo, maar ik kan het niet......."

Marinier 2 z/m Peter Mannie is inmiddels wederom herbegraven en ligt op het Ereveld te Loenen.


ONAFSCHEIDELIJK

Afbeelding
Met zijn vriend Ted ( rechts ), met wie hij ook op Nieuw-Guinea was, had Peter een hechte band. Vlak voordat het
onafscheidelijke tweetal werd uitgezonden, maakte een derde deze foto van hen.

Peters vader zei: 'Ted,houd Peter in de gaten, want ik geloof niet dat hij terugkomt.'


PETERS BESTE VRIENDEN

Achter de onder bloemen bedolven baar liepen naast de familieleden ook Peters beste vrienden Henk van der

Grooterbeen en Ted Norbart, allebei 40 nu.

,, Ik zal nooit vergeten dat ik achter die kist liep, ik was er helemaal ondersteboven van," zegt Henk, die bij

Peter om de hoek woonde. Samen gingen ze jarenlang naar school, eerst de lagere school, en later de Lts ,, Hij

moest werken, want bij hem thuis waren veel monden te vullen, maar hij kon verdomd goed leren, hij was beslist geen

domme jongen. We waren echte vrienden. Hij was voor mij erg belangrijk, zeker in het begin, want ik kwam als klein

jongetje met mijn moeder uit Indië en ik sprak hier de taal niet zo goed. Zo'n vriendje door dik en dun was dus

ontzettend belangrijk.

Op latere leeftijd zagen we elkaar alleen in de weekeinden, want ik was op m'n zestiende beroeps geworden bij de

marine, en dan gingen we leuk uit. Peter was echt een toffe knaap, nooit een rotbui of zo. Toen hij naar Nieuw-

Guinea ging, schreven we elkaar. Een paar maanden voor zijn dood heb ik hem nog opgezocht, want ik voer op de Karel

Doorman en die deed op een reis Nieuw-Guinea aan. Nee, hij was niet veranderd, nog steeds dezelfde fijne knul. Na

een paar dagen hebben we elkaar weer op de schouders geslagen, zo van: tot straks in Tilburg. Maar dat heeft niet

zo mogen zijn. Het is nog steeds onbegrijpelijk. Waarom van alle jongens nou juist Peter. Hij was helemaal geen

vechtjas, integendeel."

Jarenlang heeft Henk in zijn portfeuille dat bidprentje en een pasfoto van Peter met zich meegedragen. Af en toe

bezoekt hij nog het graf. ,,Hij blijft voortbestaan, al die herinneringen wis je toch niet it. Ik heb nooit meer

zo'n vriend gehad als Peter. Ik mag wel zeggen dat ik iets kostbaars heb verloren."

Ted is een echte dienstmakker van Peter, ook al kenden ze elkaar al van de Zanzibar en de parochiesoos. Ted

herinnert zich Peter als een open, vlotte jongen, in voor ee geintje en met gezonde belangstelling voor meisjes. ,,

Hij scharrelde al een beetje, toen ik daar nog niet veel interesse in had."

Nog op dezelfde dag te zijn goedgekeurd en uitgeslecteerd voor het Korps Mariniers, meldden de twee vrienden zich

allebei op 2 mei 1961 in de marinierskazerne te Doorn.

,, Dienst zei Peter niet zoveel," zegt Ted met stelligheid, ,, hij had andere idealen. Hij fotografeerde liever.

Peter was ook liever burger gebleven, maar hij moest, hè. Terwijl ik er juist erg naar toe leefde. Ik geloof wel

dat hij door mijn enthousiasme op een gegeven moment ook wat meer animo kreeg. Maar zeker in het begin zei het hem

niet zo erg veel. Hij berustte.

We waren onafscheidelijk, we sliepen zelfs op één kamer en op oefeningen altijd in hetzelfde tentje. We haalden ook

samen rare dingen uit. We hebben een keer een Hagenaar die bij ons sliep, volgesmeerd met schoensmeer en vervolgens

in de wasbak gelegd. Voor zulke dingen was Peter wel te vinden. Hij was erg populair, jofel voor de maten en hij

verlinkte nooit iemand.

Opeens hoorden we dat het hele peloton naar Nieuw-Guina zou gaan. We kregen veertien dagen verlof en in die twee

weken zijn we ook constant met elkaar opgetrokken. In de bossen bomen rooien, zo een centje bijverdienen en 's

avonds een pilsje pakken. Over wat je te wachten stond, spraken we niet. Wist je veel, je zag wel. Vooral die

laatste dagen zal ik niet snel vergeten. Peter was erg gespannen en af en toe kreeg je een snauwend antwoord, wat

niks voor hem was. Hij begon zich steeds drukker te maken. En dan zijn vader, die huilend tegen mij zei: "Ted, houd

Peter in de gaten, want ik geloof niet dat hij terugkomt". Ik zei: "Dat zal niet meevallen, want we blijven

bijelkaar en ik kom zeker terug." Op het station hebben we afscheid genomen: ik zou namelijk een paar dagen later

komen omdat het vliegtuig vol zat.

Ik werd de eerste morgen in Biak wakker en wie zat er aan mijn bed? Peter. In het begin was het hartstikke leuk, we

mochten wat aan het klimaat wennen, dus die eerste twee weken was het een soort vakantie. Barretje in, bioscopie,

af en toe een beetje knokken met matrozen, maar Peter liet zich niet in een hoek drukken hoor, hij was behoorlijk

potig. En toen met de groep naar Manokwari.


En toen met de groep naar Manokwari


Daar kregen we onze tropenopleiding, landingsoefeningen doen en zo. Op een dag kregen we daar in de kantine een

uiteenzetting van de commandant, die ons vertelde dat er grootscheepse infiltraties waren en dat we erop moesten

rekenen dat we vaak patrouilles zouden lopen en dat er wel eens geschoten moest worden. Maar, zei hij, dat was niet

erg, want dan konden we laten zien wat we hadden geleerd.

Daar stonden we wel even van te kijken. Het was misschien naïef, maar we hadden er nooit bij stil gestaan dat we

mensen moesten doodschieten. Daar waren Peter en ik niet zo happy mee. Toen begonnen we ook tegen elkaar te zeggen,

Wat doen we hier eigenlijk. Waarom moeten we Nieuw-Guinea behouden. Het levert geen stuiver op. Om hiervoor ons

leven op het spel te zetten, vonden we zinloos. En het stond er zo fraai in dat bruine boekje dat de jongens in

Nederland al hadden gekregen, waarin ze allerlei wetenswaardigheden over Nieuw-Guinea konden lezen.

,, De taak welke Nederland ten opzichte van Nieuw-Guinea heeft, is daarom in de eerste plaats de inheemse bevolking

tot ontwikkeling te brengen en haar in de moderne samenleving te doen aanpassen. Hiervoor is niet alleen tijd

nodig, maar tevens de waarborg, dat deze primitieve volksstammen zich in volledige rechtszekerheid, rustig als

vrije mensen kunnen ontwikkelen. Deze waarborg kan alleen het Nederlands gezag hen geven en daarom is het voor

Nieuw-Guinea en voor de wereld van belang dat Nederland deze taak volbrengt.... ´´

,,Zulke dingen zeiden ons toch niks.´´ Ted haalt lachend de schouders op. ,,Zo leuk vonden we het niet om bot

daarop drie maanden de bush in te moeten. Je was hartstikke gespannen, want als je ´s nachts op wacht liep, dan

hoorde je van alles kraken en je ging overal de vijand in zien. En overdag was het ook uitkijken geblazen, want je

wist dat ze waren geland en elk ogenblik het vuur konden openen.

We waren blij dat we weer teruggingen naar Manokwari na een paar maanden. Al die tijd waren Peter en ik bijelkaar

gebleven, maar daar zou nu snel een eind aan komen. Om precies te zijn op tweede pinksterdag. We hadden die avond

nog heel gezellig met z´n tweeen op het terras van de kantine een pilsje gedronken en een dobbeltje gemaakt en

gingen zo rond half een naar bed. En ineens ´s nachts, om vier uur alarm. Er waren grootscheepse infiltraties

geweest die nacht en we moesten uitrukken. Er moest een groep naar Merauke en een groep naar Misool. We hebben

elkaar nog de hand geschud en het allerbeste gewenst en dat is de laatste keer dat ik hem heb gezien. Hij was

helemaal niet zo blij dat we gescheiden werden en ik zie hem nog zo, een beetje bedrukt, van me weglopen.´´

Enkele dagen later komt Peter terecht bij het verkennings- en inlichtingenpeloton lV, dat onder leiding staat van

de eerste luitenant J.A.Woortman, een 26 jarige pelotons-commandant, die niet al te vreesachtig is uitgevallen en

met zijn vijfendertig jongens al een behoorlijke reputatie heeft opgebouwd van een stel die je gerust om een

boodschap kan sturen.

De groep van Woortman, die zelf beroeps is, doorkruist vooral de Radja Ampat-eilanden, waar vanuit het vlakbij

gelegen Indonesische Ceram geregeld infiltranten worden gedropt. Het is haar taak om deze vijandelijke groepen op

te sporen en hun locatie door te geven aan het hoofdkwartier. Soms rekent het peloton zelf met de vijand af.

,,De groep bestond uit speciaal opgeleide mannetjes, grotendeels dienstplichtig, die allemaal hun commando-

opleiding hadden gehad. Het was een fanatieke groep en dat kon ook niet anders, want als je als dienstplichtige

vrijwillig zo´n commando-opleiding had gevolgd, waarbij je ontzettend werd afgeknepen, dan was je wel fanatiek.

Mannie kwam een paar maanden voor zijn dood bij onze groep en hij was geloof ik de enige die zo´n commando-

opleiding niet had gehad. Hij was een rustige jongen, geen kabaalmaker, een heel lieve, vriendelijke vent, die

nooit het hoogste woordhad, heel bescheiden. Hij viel een beetje buiten de groep, maar hij werd geaccepteerd door

zijn beminnelijke manier van omgaan met anderen, hij was daardoor geen buitenbeentje. Mannie was geen vechtjas,

integendeel, het was niet zo´n keiharde jongen als de rest.

Zijn taak was geweerschutter, gewoon een van de velen. Angst? Nee, onze groep had geen angst. Vaak bleek dat de

Indonesiërs banger voor ons waren dan wij voor hen en dat ze slecht bewapend waren, dus de groep was vol zelf

vertrouwen. Pas een paar maanden voor de overdracht kwamen we tegenover beter bewapende jongens te staan, die ook

beter waren getraind.´´

Half juli zit Woortmans peloton weer eens in de bush van Misool. De eerste luitenant wordt ijlings van zijn verlof

teruggeroepen. In zijn afwezigheid heeft zich onder leiding van een andere pelotonscommandant het drama afgespeeld,

dat Peter in zijn op een na laatste brief naar huis beschrijft. Het in koelen bloede neerschieten van twee

infiltranten geeft binnen de groep zo´n deining, dat Woortman snel het commando weer overneemt.

,,We gingen zoals gewoonlijk een ronde maken langs de kampongs, Papoeadorpen ja, om te vragen of ze nog wat gemerkt

hadden. Op een gegeven moment kregen we opdracht om naar de kampong Weij te gaan omdat daar Indonesiers waren

gesignaleerd. Wij met vaartuigen er naar toe, met rubberbootjes naar de kust, en toen bleek dat de kampong verlaten

was en dat er van de oorspronkelijke bewoners ook geen spoor was. We hebben ons maar ingericht en daar de nacht

doorgebracht. We hoorden ´s nachts wel schieten, maar in het bos kun je alleen verplaatsen bij volle maan, dus we

bleven maar zitten.We hadden trouwens toch het idee dat ze ons uit de tent wilden lokken.


GOEDE VRIEND

Afbeelding


DE FATALE DAG

De volgende morgen gingen we in noordelijke richting op pad om te kijken of we ze konden opsporen. En op zo'n

wilde-zwijnenpaadje zeg maar, dat zich zo omhoog de berg op slingert, zagen we in de verte Indonesiërs, waarvan we

dachten dat ze op ons afkwamen. Wij in hinderlaag, iedereen liggen en wapens schietklaar, maar er kwam niemand. In

werkelijkheid bleek dat de Indonesiërs juist van ons wegliepen. We vonden even later wel het bivak dat ze kennelijk

net tevoren hadden verlaten.

We trokken dus verder, ik voorop met Mannie. Het was echt toeval dat juist hij daar liep en plotseling kwam er een

groep van een man of vijftien, twintig, luid gillend en schreeuwend van de heuvel op ons afstormen. We konden geen

kant op, links en rechts ravijn. Gelijk een stuk vuur van automatische wapens over ons heen en ik zie nog zo voor

me, dat Mannie wordt getroffen. Ik weet nog dat ik dacht: Dat is niet best, want hij bewoog gelijk niet meer."

Als de vijand na een kort maar hevig vuurgevecht op de vlucht is geslagen, constateert een ziekenverpleger dat hij

voor Mannie niets meer kan doen. Hij richt dan zijn aandacht op de pelotonscommandant, die bij deze actie ernstig

aan z'n rechterarm gewond is geraakt.

Woortman: ,, Ik had het eerst niet eens in de gaten dat ik een schot in m'n elleboog had gekregen. Ik merkte het

pas toen ik wilde opstaan en m'n arm bleef liggen. Die zat alleen nog met wat spiertjes en peesjes vast.

Woortmans carrière als marinier was met deze actie meteen afgelopen. Wel kon zijn arm korte tijd later nog worden

aangenaaid, ,, maar helemaal lekker zat het natuurlijk niet meer." Hij is nu psychotherapeut bij de medische dienst van de marine.


HET VERDRIET VAN DE NABESTAANDEN

Ted hoorde dezelfde dag in Sorong over de radio dat zijn vriend was gesneuveld. ,,Ik moest 's nachts wachtlopen en

ik heb in m'n schuttersputje een paar uur zitten huilen. Alle emoties kwamen boven, ik was helemaal over m'n

toeren. Een maatje heeft me nog gekalmeerd. Ik zat vol haat dat ik zelf heb gevraagd of ik nog een paar keer mee

mocht op patrouille, het duurde toch nog een paar dagen voordat alle vijandelijkheden werden gestaakt. Normaal was

ik niet zo bloeddorstig, had ik me het liefst weleens onder de grond willen verstoppen, maar toen had ik iets van:

kom maar op. Met al die frustaties was het ook wel moeilijk, want dan had je zo'n stel jongens opgespoord en dan

vielen die lui meteen op hun knieën; Toean Tida Pasang - meneer niet schieten - Nou, ik had ze het liefst voor hun

donder geschoten, maar dat mocht niet."

Toen hij terugkwam in Holland, duurde het toch nog een paar weken voordat Ted zich bij de ouders van Mannie durfde

te vertonen. Die eerste keer bleef hij maar een minuut of tien. ,, Ik wist niet wat ik moest zeggen en ik

herinnerde me maar al te goed wat ik tegen die vader had gezegd, de dag dat ik Peter naar het station bracht."

Ook voor Peters meisje kon Ted niets doen. Ze kwam een keer bij hem op bezoek, maar hij slaagde er niet in haar te

troosten. ,,Toen ik nog in Nieuw-Guinea zat, kreeg ik een brief van haar. Die heb ik altijd bewaard." Hij vouwt een

verkreukelde luchtpostbrief open.

,,........Ik geloof niet dat iemand weet wat een klap ik heb gehad door de dood van Peter. Je moet maar niet naar

mijn handschrift kijken, want ik moet deze brief op bed schrijven omdat ik ziek ben. Ted, het is vandaag precies

een jaar geleden dat ik Peter voor het laatst gezien heb. Ted, kun je mij niet schrijven hoe het precies gebeurd is

want dit is niet te dragen zo. Was hij meteen dood of heeft hij nog wat gezegd. Heeft hij veel pijn gehad. Ted, jij

weet toch hoeveel ik van Peter gehouden heb, meer als wie dan ook...."

Jaren geleden al heeft vader Mannie alle brieven van zijn zoon op een na weggegooid. Alsof hij hiermee ook zijn

verdriet aan de vuilnisman mee kon geven. ,,Al die herinneringen, ik ging er aan kapot."

Ook Peters legerkleren zijn opgeruimd. ,,Elk jaar weer die verdrietige gedachten als je ze ging luchten, want als

je ze bewaart, moet je ze ook onderhouden," zucht zijn vrouw.

Vader: ,,Ik denk toch nog dagelijks aan Peter. Ook nu weer met al die oorlogen, dan ga je extra zitten piekeren.

Dan denk je: Die gesneuvelden hebben ook ouders en meisjes."

Moeder: ,,We bidden nog steeds voor hem, hij hoort er gewoon bij. We bidden dat hij gelukkig mag zijn, daar waar

hij is. Ik geloof ook dat God er een bedoeling mee heeft gehad, ik weet niet welke, misschien dat we daar nog eens achter komen."

Soms komt Peter in de knusse woonkamer weer even tot leven. Dat is als bij speciale gelegenheden het 45-

toerenplaatje wordt opgezet dat de ouders in december 1961 vanuit Nieuw-Guinea als kerstgroet kregen toegestuurd.

Vandaag is zo'n speciale dag. Met bevende handen zoekt vader Mannie de begingroef, wat na secondenlang gekras lukt.

Dan zegt zijn gesneuvelde zoon ineens: ,, Hallo thuis, dit is weer eens iets anders zo, ik heb nooit gedacht dat

ik zo nog eens de groeten zou doen. Dit is de eerste en de laatste Kerst in de tropen en deze zal ik nooit

vergeten. (...) Volgend jaar hoop ik bij jullie te zijn bij de kachel of met m'n warme jas aan. Pap, mam, de beste

wensen van mij en tot ziens.


Marinier 2 z/m Peter Mannie geboren op 16 maart 1942 werd uitgezonden op 2 oktober 1961 naar Ned.Nieuw-Guinea.

In Manokwari kreeg Peter Mannie zijn 4 maanden lange jungle- en amfibische opleiding waarna hij geplaatst werd bij

het 41e Inf.Cie te Manokwari. In 1962 werd Marinier 2 z/m Peter Mannie geplaatst bij het Verkenings & Inlichtingen

Peloton 4 van het 41e Inf.Cie uit Manokwari.



Commentaren: 1
  • #1

    Ton Heijman (dinsdag, 29 augustus 2017 10:26)

    Ik werd als hospik van het 6e infanterie toegevoegd om met de mariniers naar kampong Wey te varen en daar aan te komen op die bewuste plek waar het incident gebeurde met Mannie en de luitenant, bij de actie zelf ben ik niet geweest. De gewonde luitenant hebben we nog kunnen helpen. Ja Nieuw Guinea was een speeltje van de politiek waar opnieuw gewone soldaten de speelbal waren. Ik schaam me nog steeds voor de opstelling van de Nederlands regering t.o.v. de bevolking zeker nu waarin ik constateer dat Papoea Nieuw Guinea onafhankelijk geworden is van Australie. Al dat verdriet , het is om je dood te schamen.