John MacMootry en Kees Zevenbergen

Ruud Manning

In het jaar 2000 zat ik op bureau Voorlichting op het HKKMARNS. Ik moest het deel "van Boord" in het Korpsmagazine QPO invullen. Daartoe heb ik John MacMootry en Kees Zevenbergen in Rotterdam uitgenodigd voor een interview door de een redacteur van Alle Hens, Karen Gelijns.

QPO van mei 2000

E E NS MARINIER, ALTIJD MARINIER
Door: LTZSD3KV drs. K. Gelijns

Volgens adjudant der mariniers Ruud Manning zijn het levende legendes. 'Ze stonden achter de mannen en werden door de mannen op een gouden schaaltje gedragen. Ze sprongen duidelijk boven de rest uit. Ze waren streng doch rechtvaardig, baas en kameraad.' Deze lovende woorden spreekt hij over adjudant der mariniers b.d. J. MacMootry en adjudant der mariniers b.d. C.H. Zevenbergen, twee oud-mariniers die nog dagelijks ter sprake komen.

Johan MacMootry kwam op 16 januari 1956 bij het Korps Mariniers. Een keuze waar hij nooit over getwijfeld heeft en geen dag spijt van heeft gehad. 'Ik kom uit Indië en daar heb ik de mariniers meegemaakt. Het aparte sfeertje, de superieure bewapening en uitrusting trokken mij aan en ik wist vanaf dat moment dat ik alleen bij de mariniers wilde.'
Twee jaar later kwam ook Zevenbergen als zeemiliciën (dienstplichtige) bij het korps. 'Na mijn initiële opleiding en een uitzending naar Nieuw Guinea, zag ik een baantje van negen tot vijf niet meer zitten en ben ik beroepsmilitair geworden. Van deze keuze heb ik nooit spijt gehad, want mijn diensttijd is de mooiste tijd van mijn leven geweest.'

Een veelzijdig bestaan
Zowel MacMootry als Zevenbergen hebben in de ruim 25 jaar dat ze bij het korps hebben gediend veel gezien en meegemaakt. Beiden hebben, naast de normale marinierszaken, in Nieuw Guinea gediend, de commandoopleiding gevolgd, diverse boordplaatsingen en verschillende uitzendingen naar de Nederlandse Antillen doorlopen. Een veelzijdig bestaan met veel hoogtepunten.

Voor Zevenbergen was de mooiste periode van zijn loopbaan , de tijd dat hij bij de BBE heeft gediend. 'Dit kwam voornamelijk door de mensen. Het waren allemaal hetzelfde kaliber mensen, met hun eigen specifieke kwaliteiten. En niet te vergeten de humor. Humor is een rode draad in mijn carrière geweest.' Toch benadrukt hij dat het nergens hemel op aarde is, dus ook niet bij het korps.'
Wat grote indruk op mij heeft gemaakt zijn de gijzelingen bij Boven Smilde, de Punt en het Provinciehuis te Assen. Ik kan me nog goed herinneren dat we bij de school in Boven Smilde kwamen en dat honderden kinderen riepen "Van Acht , wij willen leven!". Dat grijpt je als geharde marinier toch wel even aan.'

Hoewel MacMootry zijn gehele diensttijd als hoogtepunt heeft ervaren, springt één element er uit, namelijk de kameraadschap. 'Kameraadschap tot op de dag van vandaag. Want deze invitatie van vandaag, ervaar ik als blijk van kameraadschap volgens de beste tradities van het Korps Mariniers.'

De laatste der pretorianen
Ook over het hedendaagse korps zijn MacMootry en Zevenbergen erg te spreken. Het korps straalt professionaliteit uit, met goed materieel, moderne wapens en communicatie. Maar toch blijft het volgens Zevenbergen om de marinier gaan. 'Je kan over de beste apparatuur beschikken, maar als het mannetje wat erachter staat niet deugt, dan kunnen we wel op de hei gaan zitten, want dan gebeurt er niets.'
Volgens MacMootry is dit nauw verbonden met de korpsgeest. 'Het Esprit de Corps is de trots om tot een bepaalde eenheid te horen. Het is een totaalsom van tradities, kameraadschap en een goede organisatie.
Daarmee bereik je de bereidheid tot inzet. Dat is wat wij in het korps altijd gehandhaafd hebben en wat nog steeds gehandhaafd wordt.'
In zijn omschrijving van het belang van het korps gaat MacMootry zelfs nog een stapje verder.' De mariniers zijn de laatste der pretorianen die we moesten preserveren, achter de hand houden en koesteren.'

Een caleidoscopisch leven
Dat hun diensttijd de mooiste tijd van hun leven is geweest en dat ze zich altijd op de eerste plaats marinier hebben gevoeld, brengt volgens MacMootry en Zevenbergen ook een negatieve kant mee. 'Na een leven als marinier kan je niet thuis blijven zitten. Dat gaat je benauwen.', vertelt MacMootry. 'Het is belangrijk om onder de mensen te blijven. Daarom ben ik na mijn diensttijd bij een beveiligingsbedrijf gaan werken .' Zevenbergen kan hier volmondig mee instemmen.
'Mijn laatste jaar in dienst is een heel moeilijk jaar geweest. Ik zag er als een huis tegenop om de dienst te verlaten. Ik voelde me op de eerste plaats marinier en was bang dat ik in een zwart gat zou vallen. Gelukkig is alles uiteindelijk goed gekomen en ben ik voor een promotiebedrijf gaan werken, maar het is een rotjaar geweest.' Daarom geeft Zevenbergen al zijn oudcollega's die binnenkort de dienst verlaten de dringende boodschap mee om tijdig na te denken over wat ze willen gaan doen met hun leven en het niet op het laatste moment te laten aankomen . Want stilzitten is geen optie.
Of zoals MacMootry het beschreef: 'Na een leven lang marinier te zijn geweest, waren de tegenstrijdigheden te groot. Want het leven van een marinier is als een caleidoscoop. Elke dag brengt een nieuw facet, met verschillende kleuren.'

Hoewel adjudant der mariniers b.d. MacMootry reeds 15 jaar geleden en adjudant der mariniers Zevenbergen b.d. 12 jaar geleden het korps hebben verlaten, zijn zij in hart en nieren nog steeds mariniers. Het gevoel dat je voor eens en altijd marinier bent, verwoordde MacMootry ooit in een prachtig gedicht aan de ouders van een gesneuvelde collega:

'Maar daarboven aan de hemelpoort
Bleef hij stram in de houding staan
Hij rapporteerde zoals een marinier behoort
Heer, ik heb mijn plicht gedaan'

Commentaren: 1
  • #1

    Dries v.d. Meulen (woensdag, 30 augustus 2017 21:03)

    Als oud Marinier ben ik ook super trots op deze mensen en blij dat ik met ze gediend heb!

    Dries