M-Squadron < BBE - UIM

Het Korps Mariniers 40 jaar contra terrorisme

Download
Het Korps Mariniers 40 jaar contra terro
Adobe Acrobat document 243.8 KB

Schoten in de Franse ambassade 1974

Nazomerdag in Den Haag

Schoten in de Franse ambassade

Het is vrijdag dertien september 1974, achtentwintig minuten over vier, bij de politiealarmcentrale komt een telefoontje binnen. Een vrouw met een Frans accent vraagt de politie snel te komen naar de Franse ambassade op het Smidsplein, omdat daar 'gekke Japanse mannen met pistolen rondlopen'.

Een kleine vier en een halve minuut na deze melding zit de 21-jarige agente Hanke Remmerswaal zwaargewond in het trappenhuis op de derde verdieping van het ambassadegebouw. Ze kan moeilijk ademen omdat de kogel, die door een onbekende man in haar rug is geschoten, haar long heeft doorboord. Een andere agent, die in zijn arm is geraakt, zit naast haar. Terwijl Remmerswaal door bloedverlies even bewusteloos raakt, rent de derde agent die betrokken is bij het vuurgevecht naar zijn patrouilleauto. Hij meldt om twee over half vijf aan de centrale: 'Twee man neergeschoten in de Franse ambassade door een onbekende man. Ik heb hem in zijn klauw geschoten, assistentie. Over'. Deze vier en een halve minuut markeren het gewelddadige begin van de eerste grote gijzeling in de Nederlandse geschiedenis. De gijzeling van de Franse ambassade in Den Haag zal vier dagen en nachten duren en uiteindelijk, weliswaar zonder verder bloedvergieten, in de brandende hitte van het vliegveld van Damascus zeer onbevredigend eindigen.

Het is een prachtige nazomerdag. De agenten Piet Springer en Hanke Remmerswaal rijden in hun volkswagen Golf ambassadebewaking in Den Haag. Het is de eerste keer dat ze samenwerken. Remmerswaal rijdt. Hun dienst is pas een uur oud als de centrale meldt dat er problemen zijn bij de Franse ambassade en dat voorzichtigheid geboden is. Op het Smidsplein worden ze opgewacht door een jonge agent; Otto Koster. Met zijn drieën volgen ze een hevig transpirerende en gesticulerende Fransman naar de vierde verdieping. Pas op de tweede verdieping trekken ze hun pistolen, want dan wordt duidelijk dat diegene die zich boven verschuilt gewapend is. De Fransman maakt zich uit de voeten.

Achter de deur aan het eind van de kleine gang op de vierde verdieping horen de agenten gestommel. Piet Springer: "Otto Koster stond midden in de hal. Ik stond tegen de muur en Remmerswaal stond nog op de trap. Toen ging die deur open en kwam er een hand met pistool naar buiten en die begon gelijk te schieten, een keer of vijf." Hanke Remmerswaal: "Het was heel angstig om in zo'n kleine ruimte schoten te horen. Je realiseert je dat hij eigenlijk niet kan missen en het enige wat ik op dat moment wilde, was wegwezen. Ik kon niet op hem schieten, voelde een blokkade. Ik wist dat ik hartstikke in gevaar was maar kon gewoon niet op hem schieten. Ik bleef maar denken: hij is ook een mens en ik schiet niet op hem. Daar schrok ik heel erg van. Toen heb ik me omgedraaid en wilde van de trap afspringen en op dat moment raakte hij me in mijn rug."

Springer: "Zwaargewond strompelde Remmerswaal de trap af naar de derde verdieping en ging op de trap zitten waar ze even later gezelschap kreeg van Otto Koster, die een schot door de arm had gekregen. Toen kwam die man iets verder naar buiten en hij zag me staan. Ik denk dat hij verrast was dat ik daar nog stond en ik realiseerde me dat ik nu aan de beurt was. 'Als ik hem nu niet uitschakel schiet hij me zeker dood', dacht ik en laadde mijn pistool. Het was een oude FN 765, die dingen weigerden nogal eens en ik weet nog dat ik dacht 'alsjeblieft weiger nu niet' en toen drukte ik af. Ik kon de man niet missen, zijn arm was tien centimeter van me af. Ik zag dat ik hem raakte en toen ging de deur dicht. Ik ben naar beneden gegaan om Hanke en Otto te helpen en om hulp te roepen."

Remmerswaal zat op de trap en had het benauwd: "De kogel was er in mijn rug ingegaan en er onder mijn borst uitgekomen, dwars door mijn long heen. Op dat moment voel je dat wel, maar de pijn viel eigenlijk wel mee. Ik bloedde heel erg. Toen Piet hulp ging halen ben ik even buiten westen geraak. Op dat moment realiseerde ik me dat ik er slecht aan toe was en dat deze situatie niet al te lang moest duren, anders zou ik het niet redden."

Afbeelding Het Japanse Rode Leger

Uit het vreemde telefoongesprek tussen politie en ambassade werd duidelijk dat het hier een actie van het Japanse Rode Leger ging. In de jaren '70 bevond deze organisatie wat gewelddadigheid betreft op hetzelfde niveau als de Duitse Rote Armee Fraktion en de Italiaanse Rode Brigades. Het doel was het verwezenlijken van de wereldrevolutie, daarnaast was het omgooien van de Japanse regering een belangrijk doel. Het Rode Leger waarschuwde na de gijzeling in Den Haag 'de kapitalisten van de wereld': "Zolang jullie doorgaan met onderdrukken van onze revolutionaire kameraden en volkeren van de wereld, zal onze revolutionaire instelling en moreel, dat door deze operatie niet is uitgeput, ons leiden tot de bevrijding van alle onderdrukte volken van de wereld bereikt is." Acties in de jaren '70 waren onder andere het kapen van twee Japanse vliegtuigen en een schip in de haven van Singapore. Maar het gewelddadige hoogtepunt vond in 1972 plaats, toen het leger 25 mensen in koelen bloede vermoordde en 75 anderen verwondde op vliegveld Lod in Israël. Over de bereidheid van de terroristen om ook in Den Haag geweld te gebruiken, bestaat na het neerschieten van de agenten geen twijfel. Het beleidsteam staat voor de moeilijke keuze hoe de gijzeling te beëindigen: vreedzaam of met geweld.

Straf gevangenis Scheveningen 1974

Scheveningen 31 oktober 1974

AfbeeldingAfbeelding


Dit is de deur die is geopend met de thermische lans, op het moment dat men bezig was de deur te openen stond een tango door de kijksleuf te kijken zodoende is er vuur uitgebracht op de deur, en gelijktijdig ging de deur open en hebben wij sportzaaltje kerkzaaltje bestormd, de bevrijdingsactie ging zeer snel, er waren geen slachtoffers, de die tango,s zijn toen overgedragen aan de politie dat gebeurde nog in het kerkzaaltje, alleen tango Nuri was een palestein had geen respect voor de politie, dat hebben wij marns hem duidelijk gemaakt op onze wijze, hij lag op zijn buik geboeit en had een grote natte vlek in zijn broek, dat was urine dus voor ons had hij wel respect, hij had het gewoon in zijn broek gedaan. In die tijd bestonden er nog geen AT teams bij de politie, en Nuri was goed ingelicht hoe soepel het in die tijd in Nederland aan toeging, hij heeft zich wel vergist, vanaf dat moment zal hij de mariniers nooit meer vergeten.

"Ineens lagen de vier naakt op de grond met mariniers op zich"

Voorzitter gegijzeld zangkoor: ruzie geweest over vraag wie zich het eerst zou laten doden
"Alles leek zo rustig, maar ineens keek ik recht in een grote lichtstraal. Binnen enkele seconden boorde die thermische lans door de deur en voor ik ook maar iets besefte, lag ik praktisch alleen in het zaaltje.

Luiten (één van de gegijzelden) lag pal naast me en Jantje Brouwers zat op ons met een pistool net boven mijn hoofd. Ik heb er geen idee van hoe het gegaan is, maar de vier lagen ineens spiernaakt aan handen en voeten geboeid op de grond, terwijl de mariniers bovenop hun zaten".

Ton van Nunspeet, voorzitter van het gegijzelde zangkoor, vertelt met trillende stem het relaas. "Eigenlijk ben ik maar één keer bang geweest. We moesten met zijn allen tegen de muur gaan staan.

Jantje Brouwers was de gifkikker en die zei dat hij nooit meer in de gevangenis terug wilde. Er moesten doden vallen.

De één na de ander zou omgebracht worden als niet aan de eisen zou worden voldaan.

Er was vervolgens ruzie tussen gegijzelden onderling over de vraag wie als eerste doodgeschoten zou worden."

Trein kaping Weister & Indonesische consulaat 2 december 1975

Bij het dorp Wijster werd een intercity met 60 passagiers stilgezet door kapers. De treinkaping duurde maar liefst twaalf dagen en er kwamen drie personen om het leven.
Bij het Drentse dorp Wijster werd om 10.07 uur de stoptrein Groningen-Zwolle in de weilanden tot stilstand gebracht door zeven Zuid-Molukse jongeren. De zeven jongeren kaapten de trein om druk te zetten achter hun streven naar een vrije Republiek der Zuid-Molukken.


De kaping startte direct al met een dodelijk slachtoffer, machinist Hans Braam werd doodgeschoten. Toen bleek dat dit geen direct effect had op de Nederlandse overheid, werd ook soldaat en passagier Leo Bulter doodgeschoten. Passagier Bert Bierling werd op 4 december gedood. De lijken van de slachtoffers werden uit de trein gegooid, waar ze nog enkele dagen bleven liggen.

De kapers gaven zich op 14 december over, de kaping duurde inmiddels al 12 dagen. Bij de overgave speelde waarschijnlijk mee dat er berichten waren over represailles op de Molukken. De kapers werden veroordeeld tot gevangenisstraffen van veertien jaar. Een van de kapers, Hahury, pleegde in 1978 zelfmoord in de gevangenis.

Het einde van de gijzeling van het Indonesische consulaat in 1975

Op 19 december 1975 komt er een einde aan de gijzeling van het Indonesisch Consulaat in Amsterdam door Zuid-Molukse jongeren. De actie, die zich vrijwel tegelijkertijd afspeelt met de treinkaping bij Wijster, kostte één consulaatsmedewerker het leven.

Op Dinsdagochtend 2 december 1975 vertrekt om 9.33 uur de stoptrein naar Zwolle vanaf station Groningen. Om 9.53 uur vertrekt de trein uit Assen. Ingestapt zijn onder anderen een zevental jongemannen van Zuidmolukse afkomst. Ze hebben grote pakketten bij zich, ingepakt in vrolijk Sinterklaaspapier. De trein vertrekt om 10.03 uur uit Beilen richting Hoogeveen. Een rit van pakweg acht minuten. Maar al na vier minuten, in de weilanden bij het dorpje Wijster komt de trein abrupt tot stilstand. De Zuidmolukse jongemannen blijken terroristen te zijn. Uit de Sinterklaaspakketten komen wapens. De kapers nemen de zestig passagiers en personeel in gijzeling.

Onder de gegijzelden vallen drie doden. Ze worden in koelen bloede vermoord door twee van de kapers. De lijken van de doodgeschoten gegijzelden werden uit de trein gegooid en bleven daar enkele dagen liggen voordat toestemming werd gegeven [door de kapers] om ze weg te halen. (Wikipedia) Hun namen zijn, in alfabetische volgorde: passagier Bert Bierling, machinist Hans Braam en passagier en dienstplichtig soldaat Leo Bulter.

Op zondagmorgen 14 december 1975 geven de kapers zich over. De gijzeling heeft in totaal twaalf lange dagen geduurd. De kapers worden door de arrondissementsrechtbank in Assen berecht en veroordeeld tot veertien jaar gevangenisstraf. Saillant detail is dat kaper Ely Hahury, de meest verschrikkelijke van het stel en direct verantwoordelijk voor de dood van twee van de gegijzelden, in 1978 in de gevangenis door zelfdoding om het leven komt. Onze gedachten en gevoelens zijn bij de 57 ex-gijzelaars, bij de nabestaanden van Bert Bierling, Hans Braam en Leo Bulter, bij de nabestaanden van Ely Hahury en tenslotte bij alle anderen die erdoor te lijden hebben gehad. Wij wensen u veel sterkte toe gedurende de komende weken. Ik kan me voorstellen dat het sommige mensen tegen de borst stuit dat we ook de nabestaanden van Ely Hahury sterkte toewensen. Daarom zal ik dat toelichten. Wanneer je (klein)zoon, broer(tje), oom, neef(je) of (beste) vriend komt te overlijden, dan heb je daar verdriet van. Punt uit; klaar. Dan is het niet relevant wat ie wel al niet uitgevreten heeft. Drie jaar geleden overleed een van mijn broers, ook door zelfdoding. Ik kon helemaal niet met hem overweg. Maar ik had hem zeker wel gegund dat ie een andere manier had gevonden om wat het ook was dat hem dwars zat, uit de weg te helpen. Het zij zo. Van de doden niets dan goeds. Ely en mijn broer besloten het anders te doen en dat was hun goed recht. Ik hoop dat ze hebben gevonden wat ze zochten en dat ze nu in vrede rusten.

Trea van der Velde, ook namens Astrid Tingen en Ria Trip, initiators van het verwerkingsproject ‘de School van Bovensmilde’


Treinkaping bij De Punt & School Boven Smilde 1977

De treinkaping bij De Punt begint op 23 mei 1977 om 09:00 uur. De intercity Assen-Groningen ter hoogte van het Drentse dorp De Punt wordt door negen gewapende Zuid-Molukse jongeren gekaapt en tot stilstand gebracht.

Aftocht

De gijzelnemers eisen een vrije aftocht en de vrijlating van de 21 Zuid-Molukse gevangenen, die vastzitten voor de kaping in 1975. Als er voor 25 mei niet aan de eisen wordt voldaan, dan zouden er doden vallen. Bemiddelingspogingen werken niet. Het ultimatum verstrijkt, maar er gebeurt niets. Ondertussen wordt de trein bevoorraad met voedsel.

Bevrijding

De gijzeling zou tot 11 juni duren. Mariniers vallen aan. Daarbij komen twee gegijzelden en zes kapers om het leven. De overige treinreizigers worden bevrijd.


Afbeelding

23 mei 1977

Toen op het zelfde moment een treinkaping bij de Punt plaatsvond, drongen vier Zuid-Molukse jongeren de lagere school De Meenthe in Bovensmilde binnen. Vijf dagen lang werden 105 kinderen en vijf leerkrachten vastgehouden.

Gezamenlijk eisen ze vrijlating van 21 gevangen Molukkers die in 1975 bij Wijster een trein kaapten en een vluchtvliegtuig. De oudere groepen werden gedwongen om de ramen te beplakken met kranten, zodat de buitenwereld niets kon zien. Om hun eisen kracht bij te zetten, lieten ze een aantal kinderen uit het raam roepen: "Van Agt, wij willen leven...". Dit werd landelijk uitgezonden op televisie en maakte bij iedereen een diepe indruk.

Door onbekende oorzaak werden bijna alle kinderen na vijf dagen ziek. Om deze reden werden alle kinderen na vijf dagen vrijgelaten, de vijf leerkrachten bleven nog wel gegijzeld. Bijna drie weken na het begin van de gijzeling, werd besloten om de school aan te vallen, Mariniers bevrijden de leerkrachten.


Afbeelding


Als kind gegijzeld in de school van Bovensmilde

Download
astrid-tingen.pdf
Adobe Acrobat document 534.3 KB

Provinciehuis Drenthe Assen, maart 1978

Drie Molukse jongeren bezetten het provinciehuis in Assen. Al direct bij het begin van de actie werd een ambtenaar geëxecuteerd. De volgende dag bestormden mariniers het provinciehuis en bevrijdden de gijzelaars. De Drentse gedeputeerde Trip werd daarbij door een Molukker in de buik geschoten en overleed korte tijd later. De daders werden veroordeeld tot gevangenisstraffen van vijftien jaar.

Citaat brief: Provinciehuis Drenthe Assen, maart 1978

Heren Mariniers:

Welke hoe vele woorden wij ook gebruiken , zij zullen te kort schieten in het vertolken van onze gevoelens tegenover u.


Ineens daar die geweldige klap en dan te midden van het angstgeschreeuw uw rustige stemmen: "liggen" blijven.


Toen wij weer durfden te kijken zagen wij uw benen en daarna uw geverfde gezichten.

Toen stroomden wij vol, vol van" te mogen leven".

En dat, nadat wij daarvan reeds afscheid hadden genomen.

Wij vergeten dit grote geschenk nimmer.

Verslag van het Provinciehuis Assen


Weer een kaping

Tien maanden na de dramatische beschieting van de gekaapte trein in De Punt, waarbij acht mensen (zes kapers en twee passagiers) om het leven komen, klinkt in Drente weer de kreet: “Wegwezen, Molukkers”.
Het is op maandag 13 maart 1978 in het Provinciehuis in Assen. Drie jonge mannen hebben hun taxichauffeur gedwongen tot aan de voordeur te rijden, ze hebben hem als eerste gijzelaar mee het gebouw in genomen, en vervolgens een kantoortuin op de eerste verdieping bezet. De daar aanwezige ambtenaren worden met wapens bedreigd en in gijzeling genomen. Bovendien worden ambtenaren en bestuurders uit hun kantoren op de eerste verdieping gehaald en aan het gezelschap toegevoegd. Na een uur wordt binnen en buiten duidelijk dat het niet om kinderspel gaat: er wordt een man doodgeschoten, zijn lichaam uit het raam gegooid. Het is planoloog Ko de Groot, die tegenstribbelde toen hij met zware bureau’s de toegangsdeur moest barricaderen. Hij wordt eruit gepikt, en in het raam doodgeschoten. De kapers zijn agressief en opgefokt, ze dreigen dat er meer slachtoffers vallen.



De radio

In de kantoortuin is een radio, die permanent aanstaat en dus ook nieuws over de gebeurtenissen in Assen geeft. De nieuwsdienst meldt dat gedeputeerde Londo onder de gegijzelden is – dat blijkt niet te kloppen, want hij is die dag thuis gebleven. De kapers geloven dat maar half. Later meldt de radio de namen van twee andere provinciebestuurders, Huizinga en Trip. Die zijn er wel. De kapers wijzen hen aan als de eerstvolgende slachtoffers. Ze zullen sterven als de autoriteiten zullen weigeren de eisen in te willigen.
Die eisen zijn ook spoedig bekend, want de kapers hebben ze de vorige avond per post aan enige media verstuurd. Ze vragen de vrijlating van alle Zuid-Molukkers die wegens vorige acties gevangen zitten, een vrije aftocht per bus naar Schiphol en een bedrag van 13 miljoen dollar. Ze stellen een ultimatum tot de volgende dag, 14.00 uur – daarna gaan ze gijzelaars doodschieten.
Niet alleen in het Provinciehuis is de spanning ondraaglijk. Ook in twee crisiscentra is iedereen van de ernst van de situatie doordrongen. In Den Haag is de nieuwe minister van Justitie Job de Ruiter “in charge”, bijgestaan door collega Wiegel van Binnenlandse Zaken. In Assen is procureur-generaal Van der Feltz voorzitter van het beleidsteam, met Justitievoorlichtster Toos Faber als invloedrijk collega. Ook Tineke Schilthuis is aanwezig. Dat is opvallend, want de Drentse commissaris van de Koningin is zelf op het nippertje aan gijzeling ontsnapt: ze kon door het raam haar kamer verlaten en zich via een richel, drieëneenhalve meter boven de grond, in veiligheid stellen. Ze kent bijna alle gijzelaars binnen persoonlijk, sommigen zelfs zeer goed, maar dat is geen beletsel voor deelname aan het beraad over het te voeren beleid.



De avond

Binnen in de kantoortuin luwt de spanning enigszins omdat de kapers zich ontspannen en lekkere dingen ronddelen. Er zijn veel details over de gebeurtenissen bekend geworden, omdat provincievoorlichter Cor Rodenburg aantekeningen maakt. In het boek van Peter Bootsma, “De Molukse Acties”, wordt daar uitvoerig uit geciteerd. Wat Rodenburg niet weet, is dat die nacht al een eenheid mariniers rond het gebouw sluipt om de zaak te verkennen. Ze verblijven in de fietsenstalling, vlak bij de ingang. Ze weten dat de gespannen situatie en de dreigende executies kunnen leiden tot een spoedig bevel tot gewapende actie. Commandant Y. Stuitje maakt zich daar zorgen over, omdat er bijzonder weinig informatie is over de situatie binnen. De verkenningen leveren maar een pover resultaat op.
Er is een aantal opmerkelijke verschillen met eerdere kapingsacties. Er is, zoals gezegd, een radio zodat de kapers precies de resultaten van voorlichting en nieuwsgaring kunnen volgen. Voorts is er direct contact mogelijk met de buitenwereld. Voor het slapen gaan mogen de meeste gijzelaars even naar huis bellen om te zeggen dat alles goed gaat. De volgende dag wordt de telefoon ook gebruikt voor rechtstreekse onderhandelingen met het beleidscentrum. Deze omstandigheden geven de kaping een andere en gevaarlijke dynamiek, zoals op dinsdag zal blijken.



Dinsdag

Er komen dinsdagochtend al bemiddelaars in actie. Twee jonge Molukkers, Noes Solissa en Abé Manuputty, komen onverrichterzake weer naar buiten, al hebben ze wel één vrijgelaten gijzelaar bij zich: een Moluks meisje. De klok kruipt richting twee uur, dan zal het ultimatum aflopen, er dreigt een bloedbad. Gedeputeerde Huizinga en griffier Postema vragen de kapers toestemming zelf eens rond te bellen om te proberen een oplossing te bereiken. Huizinga weet per telefoon het beleidscentrum te bereiken, en hij krijgt commissaris Schilthuis aan de lijn. Die komt in een zeer moeilijk parket. Huizinga zegt: “Jij moet ons leven redden, jij moet zorgen dat die bus er komt.” Schilthuis zegt dat ze daar niet over kan beslissen en probeert tijd te winnen.
Griffier Postema beschikt over een telefoonboekje met bijzondere nummers, en zo weet hij een nummer in Den Haag te draaien waarop hij direct met de minister-president wordt doorverbonden. Hij smeekt Van Agt de eisen van de kapers in te willigen en zo levens te sparen. Ook Van Agt zegt dat hij moet overleggen. Postema roept, zodat iedereen in de kantoortuin het kan horen: “Meneer Van Agt, dat kunt u niet menen. Weet u wel wat u ons aandoet?” Het is in al die gijzelingsacties niet eerder gebeurd: rechtstreekse telefoongesprekken tussen gegijzelden en verantwoordelijke autoriteiten. Het heeft wel effect, want de besluitvorming gaat nu heel snel. Procureur-generaal Van der Feltz vraagt en krijgt vrij mandaat voor gewapend ingrijpen door de mariniers. Hij mag daar in Assen zelf de beslissing nemen als hij de situatie daar rijp voor acht. Minister De Ruiter geeft daarmee althans een deel van de beslissing uit handen, maar niet de eindverantwoordelijkheid. Van der Feltz is zelf vastberaden. Tegen collega-beleidsteamlid Toos Faber zegt hij dat hij het risico zal nemen. Als de actie fout afloopt zal hij onmiddellijk aftreden.



De afloop

De beslissing wordt alleen maar bespoedigd omdat de gedeputeerde Huizinga en de griffier Postema de beleidsmakers in Assen en Den Haag blijven bestoken met smeekbeden om een bus te sturen en een vrijgeleide te geven. Het ultimatum schuift uiteindelijk op naar kwart voor drie. De gijzelaars gaan in gebed, de beide gedeputeerden en de griffier zijn ervan overtuigd dat hun leven ten einde loopt. Een van de kapers schuift een stoel bij voor Trip, die in tranen is. Even later is er weer telefonisch contact, nu met een psychiater van Justitie die gelooft dat er nog iets te bemiddelen valt. Dan klinkt er tijdens een telefoongesprek met de griffier een schot in de kantoortuin, waarop Postema, met opzet, de hoorn laat vallen – daardoor lijkt het aan de andere kant van de lijn of er opnieuw slachtoffers zijn gevallen. Het is het beslissende moment. Baron Van der Feltz neemt de beslissing, Toos Faber is het ermee eens, het codewoord “bingo” wordt doorgegeven aan commandant Stuitje van de BBE, de Bijzondere Bijstands Eenheid die met de operatie is belast.
De mariniers sluipen naar binnen, de trap op en komen voor de deur van de kantoortuin. Met een handgranaat, een zogenaamde aanvalsgranaat, zorgen ze dat de glaswand eruit gaat en dat het meubilair in het rond vliegt. Er wordt geschoten, zowel door de Molukkers als door de kapers. Er vallen gewonden. Het ergst is gedeputeerde Trip eraan toe. Hij lijkt aanvankelijk te overleven maar zal een paar weken later toch overlijden. Uit onderzoek blijkt dat de kogel die hem raakte door een Molukker moet zijn afgevuurd.



De opluchting

Het Molukse Zelfmoordcommando van drie man wordt overmeesterd. De opluchting in het provinciehuis is niet te beschrijven. De bevrijde gijzelaars moeten nog even in hun benauwde veste blijven, eerst doorzoeken de mariniers de andere vertrekken op de aanwezigheid van méér Molukse daders. In de kamer van commissaris Schilthuis denken ze iemand aan te treffen, ze zien iets bewegen. Ze gooien ook hier een handgranaat naar binnen, waardoor het interieur van de kamer flink wordt beschadigd. Er blijkt niemand binnen te zijn geweest, het raam stond nog open sinds de vlucht van de commissaris, de vorige ochtend.

Opluchting is er ook bij de beleidsmakers. Minister De Ruiter zal later geprezen worden voor zijn kordate optreden – het is dan nog niet bekend dat hij de beslissing feitelijk had gedelegeerd naar procureur-generaal Van der Feltz, die niet hoeft af te treden: de operatie is geslaagd, al vindt commandant Stuitje achteraf dat er veel meer slachtoffers hadden kunnen vallen omdat hij over zo weinig informatie beschikte en dus enorme risico’s heeft genomen.

Van enig begrip voor deze gijzelingsactie is nergens meer sprake, zelfs niet in Molukse kring. De drie daders, die werkelijk bereid waren hun leven te geven bij deze actie, werden tot vijftien jaar gevangenisstraf veroordeeld. In het boek “De Molukse Acties” zegt een van hen dat hij inmiddels anders is gaan denken: vechten voor het Molukse ideaal moet je dáár doen, in de Molukken, hier in Nederland valt daarvoor niets te bereiken.

Bron: Peter Bootsma, in samenwerking met Hans Dortmans, De Molukse Acties, Amsterdam, 2000

Tekst: Ad van Liempt
Research: Hendrina Praamsma
Reportage: Rene Roelofs, verantwoordelijk voor de serie ‘Dutch Approach’

Download
Knipselkrant assen.pdf
Adobe Acrobat document 24.0 MB

Antiterreureenheid BBE betrokken bij Haagse actie 2004

DEN HAAG - De Bijzondere Bijstands Eenheid van de Mariniers (BBE), die woensdagochtend betrokken is bij de politieactie in Den Haag, richt zich vooral op kapingen, gijzelingen en andere terroristische acties in Nederland. De militairen zijn zwaar bewapend.

Deetman: `Veiligheid burgers staat bovenaan`

De BBE'ers worden in eerste aanleg ingezet als verlengstuk van de bijzondere eenheid van de politie, het arrestatieteam. Daarnaast verleent de eenheid bijstand aan de Brigade Speciale Beveiligingen (BSB) van de Koninklijke Marechaussee.

De huidige BBE ontstond in 1973 als de Close Combat Unit. Aanleiding waren de terroristische aanslagen begin jaren zeventig met in het bijzonder het gijzelingsdrama tijdens de Olympische Spelen in 1972 in München.

Het eerste wapenfeit van de speciale eenheid van de mariniers was het verijdelen van de gijzeling van een aantal medewerkers van de gevangenis in Scheveningen door vier gedetineerden in 1973. Inzet tijdens de Molukse gijzelingsdrama's in 1975, 1977 en 1978 volgden. In 1997 werden de militairen van de BBE ingezet om Nederlanders uit Albanië te evacueren en vermeende oorlogsmisdadigers in het voormalige Joegoslavië op te pakken en over te brengen naar het Joegoslavië-Tribunaal in Den Haag.

Atheunis straat

Rond 16.20 uur begon de bestorming

Politie-eenheden in Den Haag begonnen rond 16.20 uur met de bestorming van het pand. Zij kregen hiervoor toestemming van minister Donner. Twee mannen werden aangehouden, nadat leden van de bijzondere bijstandseenheid (BBE) traangas in de woning hadden geschoten. De verdachten kwamen vervolgens naar buiten. Een van de twee volgde niet de bevelen van de BBE op en werd daarop in zijn schouder geschoten. Hij is naar het ziekenhuis gebracht.


Beelden boardingteam Taipan 2010


Commentaren: 0